
Wijkwandelingen, de ervaring van veiligheid en New York
Na tien van de twaalf wijkwandelingen, die dit jaar in het tekenen staan van enge plekken en ontmoetingsplekken, durf ik wel de stelling aan, dat de openbare ruimte in onze gemeente redelijk veilig is. Dat betekent natuurlijk niet, dat het gedrag van mensen, die in die openbare ruimte aanwezig zijn altijd leidt tot verhoging van de veiligheid of het gevoel van veiligheid, integendeel.
De komt ook wel naar voren uit de veiligheidsmonitor voor Leidschendam-Voorburg, waarbij ons aller verkeers- en parkeergedrag hoog scoren als he.t gaat om gevoelens van onveiligheid. Hondenpoep en samenscholende groepen van jongeren dragen daar ook toe bij. Overigens viel mij op dat de meeste burgers, die meeliepen met de wijkwandelingen een heel reëele kijk hebben op de aanwezigheid van jongeren op straat. Over het algemeen hebben ze daar geen problemen mee, zolang die jongeren zich een beetje gedragen. En onder wangedrag valt schreeuwen, flessen en andere troep op straat of in een parkje achterlaten, op brommers rondscheuren, harde muziek draaien en volwassenen beledigen en soms zelfs intimideren.
De meeste wijkwandelingen werden in de vroege avond in het donker gelopen, waarmee een goed beeld gekregen werd van (on-)veiligheidsgevoelens, die bij burgers leven. Een veel gehoorde vraag was waarom de parken in onze gemeente niet verlicht worden. Dit is een bewuste keuze, die onder meer met natuur- en milieuoverwegingen te maken heeft, maar bijvoorbeeld ook met het bewust niet willen creëren van “hangplekken”. Dat dit door hondenbezitters wordt betreurd valt te begrijpen, maar er zijn voldoende alternatieve routes beschikbaar. Overigens zijn onze parken vaak favoriete en zeer gewaardeerde ontmoetingsplaatsen in onze wijken. Ten opzichte van eerdere wijkwandelingen vond ik de sociale veiligheid in de meeste parken zelfs toegenomen. Door het verwijderen van lage begroeiing zijn de zichtlijnen verbeterd en dat is vooral in het donker goed te zien.
Dan zijn er natuurlijk een paar plekken, die door veel mensen als eng worden aangewezen. Vrijwel altijd komen stations van NS op dit soort lijstjes voor. In onze gemeente komen daar nog de stations van Randstadrail bij, een aantal “hangplekken” en enkele (delen van) straten. Al met al een overzichtelijk aantal. Na afloop van alle wijkwandelingen zullen we ten aanzien van de echte enge plekken de balans opmaken en kijken wat we daaraan zullen doen. Overigens zal het niet mogelijk zijn om alles op te lossen.
Zoals hierboven al vermeld hebben wij afgelopen zomer de beschikking gekregen over de uitkomsten van de Veiligheidsmonitor 2009. Dit is een onderzoek onder inwoners van onze stad over hun beleving van veiligheid. Dit onderzoek is een belangrijke basis voor ons beleid, naast de cijfers van politie en andere instanties. Die beleving moet je als beleidsbepaler serieus nemen ook al kun je – net als met politiecijfers het geval is – er niet altijd in directe zin wat mee. Plezierig is om te constateren, dat een groot deel van onze bevolking zich veilig of meestal veilig voelt. Wij hebben drie wijken uitgezocht waarvan de bewoners specifiek gevraagd zijn naar de veiligheidsbeleving in hun wijk. Op zich komen daar niet zoveel verrassingen uit, zij het dat de Prinsenhof in positieve zin eruit springt. De Veiligheidsmonitor zal steeds om de twee jaar herhaald worden, zodat straks een soort continue reeks van gegevens beschikbaar is, waaraan het beleid kan worden getoetst en kan worden bijgesteld.
De afgelopen week was ik in New York, waar mijn dochter tijdelijk studeert. Het was niet mijn eerste bezoek aan de Big Apple, zoals de stad door haar inwoners wordt aangeduid. Sinds mijn eerste bezoek in 1982 is de veiligheid er behoorlijk verbeterd. Naast de politie is het aantal toezichthouders sterk toegenomen, de meeste uitgerust met indrukwekkende uniformen en forse vuurwapens op de heup, maar ook rehabilitatie van buurten en het tegengaan van verloedering hebben krachtig bijgedragen aan het terugdringen van de misdaad. Aan de andere kant heeft na 11 september 2001 de veiligheidsgekte toegeslagen, waarbij een hele industrie is ontstaan, die met name op de laagste betaalden in de samenleving draait en daarmee een soort programma van werktoeleiding lijkt te zijn geworden. Als je met de boot naar het Vrijheidsbeeld wilt moet je luchthavenachtig veiligheidsonderzoek ondergaan, wat naar mijn oordeel toch buitenproportionele trekken gaat vertonen. Ik heb het dan nog maar niet over het vliegen naar de Verenigde Staten zelf, waar zo langzamerhand een veiligheidsbureaucratie omheen is gaan ontstaan met controle op controle. Volgens mij is dat niet erg efficiënt en het merkwaardige is, dat het ze kennelijk niets kan schelen wanneer je het land weer verlaat, want dan blijft iedere controle achterwege.
Overigens blijft 9/11, zoals de aanslag op het World Trade Centre in de volksmond wordt genoemd, nog steeds in de stad dominant aanwezig. Uiteraard op de locatie zelf. Op de kaart een klein vlekje, nu een bouwput van een zodanige omvang, dat een wandeling omheen toch een half uur vraagt. Het meest indrukwekkend blijft toch de confrontatie met de slachtoffers. Politie en brandweer hebben veel mensen verloren en iedere brandweergarage op Manhattan heeft zijn eigen monumentje voor de omgekomen collega’s. Naast de rampplek is nu een voorlopig herdenkingscentrum gevestigd. Wat daarbij vooral diepe indruk maakt zijn de honderden foto’s van mensen die op 11 september 2001 het leven verloren hebben. Ik heb kunnen spreken met enkele brandweermensen van een van de posten op Manhattan. Een paar van hun collega’s zijn ook omgekomen, maar de meeste brandweermensen van deze kazerne zijn nog maanden bezig geweest met het zoeken naar en het bergen van slachtoffers. Een aantal van hen heeft daar behoorlijke geestelijke en lichamelijke problemen aan over gehouden, waarbij wel enige hulp is geboden, maar die toch lang zijn onderschat. Pas enkele weken geleden – ruim negen jaar na dato – is er een regeling getroffen tussen de vakbonden en de stad New York, om deze mensen hulp te bieden en schade te compenseren. Dat staat toch wat in schril contrast met de zichtbare publieke waardering voor brandweermensen in New York.

