Weblog Gregor Rensen

Wethouder Gregor Rensen


Verstuur hier uw email...

vorige · eerste pagina - volgende · laatste pagina     (pagina 1 van 13)

  • Duizelingwekkende veranderingen Werk en Inkomen

    13-02-2012

    De veranderingen op het terrein van werk en inkomen zijn immens. De wijzigingen in wet- en regelgeving buitelen over elkaar heen. De beschikbare rijksmiddelen worden sterk ingekrompen, terwijl de aanhoudende economische crisis zorgt voor een grotere toestroom van inwoners die afhankelijk zijn van financiële steun van de lokale overheid. Het is dan ook niet voor niets dat heel veel gemeenten bezig zijn de het beleid en de uitvoering van het sociale en arbeidsmarktbeleid grondig te herzien. Dat gebeurt onder grote tijdsdruk, want het Kabinet is tot nu toe doof en blind gebleken voor de wens van gemeenten om hen meer tijd te gunnen voor een fatsoenlijke invoering van de vele veranderingen.

    Gelukkig is onze gemeente goed voorbereid op die grote veranderingen die er aankomen. De vorming per 1 januari jongstleden van een nieuw uitvoeringsorganisatie op het gebied van werk en inkomen, samen met Wassenaar en Voorschoten, heeft de organisatorische basis versterkt. Er zit een ervaren en deskundig team van medewerkers die van wanten weten. Dat bleek ook wel toen de nieuwe medewerkers die uit de twee gemeenten zijn overgekomen naar de uitvoeringsorganisatie in Voorburg, onlangs formeel de ambtseed of  -belofte aflegden tegenover ons College van B en W. De aansluiting van de nieuwe collega’s bij de collega’s uit Leidschendam-Voorburg is bijzonder vlotjes verlopen.

    Ook de dienstverlening aan de cliënten uit de drie gemeenten is goed op gang gekomen. Dat is uiteraard uiteindelijk waar het om gaat. Daarvoor zijn echter wel enorme inspanningen verricht, want alleen al de integratie van de diverse bestanden en koppelingen van systemen bracht de nodige kopzorgen met zich mee. Alle uitkeringen zijn echter keurig op tijd uitbetaald kunnen worden in januari. Ook blijken de meeste cliënten al goed op de hoogte van de nieuwe samengevoegde uitvoeringsorganisatie. Een mooi resultaat.

    De ambitie is de dienstverlening tenminste op hetzelfde hoge niveau te houden. Om dat goed te kunnen monitoren is een zogenaamde 0-meting verricht. Uit een enquete onder 600 cliënten blijkt dat men in alle drie gemeenten eind 2011 behoorlijk tevreden was over de dienstverlening van de afdelingen sociale zaken. Alle drie gemeenten scoren een ruimte voldoende. Verbeterpunten, waar al mee aan de slag is gegaan, zijn de telefonische bereikbaarheid, het koppelen van vaste consulenten aan cliënten en de informatievoorziening via internet.
    Door actieve voorlichtingsbijeenkomsten en door huisbezoeken aan cliënten die moeilijk naar Voorburg kunnen komen, wordt de dienstverlening uitgebreid. Binnenkort zal ook een Flitsbalie worden ingevoerd, met als uitgangspunt dat als je aanvraag in dient  je diezelfde dag nog een beschikking krijgt. Daartoe zullen de aanvraagprocedures vereenvoudigd worden. Ons College heeft hier afgelopen week al een besluit over genomen. Met de invoering van de Flitsbalie loopt de nieuwe uitvoeringsorganisatie behoorlijk voorop in Nederland.

    Met die nieuwe, sterke uitvoeringsorganisatie moet het mogelijk zijn de vele veranderingen in wet- en regelgeving aan te kunnen. De Wet Werk en Bijstand is sinds 1 januari veranderd, er is een nieuwe Wet voor de Schuldhulpverlening op komst (invoerdatum waarschijnlijk 1 juli), nieuwe fraudewetgeving komt eraan, en per 1 januari volgend jaar wordt de Wet Werken naar Vermogen van kracht.
    Vooral die laatste wetgeving betekent dat de gemeente er nieuwe taken bij krijgt en verantwoordelijk wordt voor bijna alle (nieuwe) inwoners met een arbeidsbeperking. Deze wet heeft grote consequenties voor de Sociale Werkvoorziening en voor de inwoners uit onze gemeente die ondanks hun arbeidsbeperking toch zoveel mogelijk betaald werk willen gaan verrichten. De gemeente krijgt meer instrumenten (bijv. de loondispensatie) om deze groep aan betaald werk te helpen. Echter, de financiële middelen om door scholing, coaching en gewenningstrajecten deze mensen te ondersteunen, lopen de komende jaren flink terug. Dat betekent dat gemeenten waarschijnlijk keuzes moeten gaan maken welke mensen zij nog wel en welke zij niet meer kunnen ondersteunen.
    Het risico dreigt dus dat sommige groepen voor vele jaren aan de kant blijven staan en juist bevestigd worden in hun afhankelijkheid van een uitkering in plaats van perspectief op uitstroom te krijgen. Ook is de vraag of je mensen met een uitkering mag dwingen om een tegenprestatie te leveren, als er geen uitzicht is op een spoedige terugkeer naar de arbeidsmarkt.

    Om deze dilemma’s te bespreken had ik samen met D66 raadslid Peter van Dolen het initiatief genomen voor een discussieavond op 8 februari voor de raadscommissie Maatschappelijke Aangelegenheden (MA). Door inleiders van het ministerie van SZW en de VNG werden de veranderingen nog eens geschetst. Daarna was er een goede discussie over uitgangspunten en oplossingsrichtingen die je zou kunnen kiezen. Een nuttige bijeenkomst, die zeker van pas zal komen bij het uitwerken van het nieuwe beleid naar aanleiding van de nieuwe wet- en regelgeving.

    Een belangrijk deel van het succes van de nieuwe Wet Werken naar Vermogen ligt bij de werkgevers. Zijn er voldoende werkgevers bereid om mensen met een arbeidshandicap de kans te bieden – naar vermogen – te werken in hun bedrijven of organisaties? Dat geldt overigens ook voor de gemeenten zelf!
    Om de lokale werkgevers bewust te maken van de komende wetgeving en van de mogelijkheden die deze biedt, had ik het initiatief genomen voor een themabijeenkomst over Sociaal Maatschappelijk Ondernemen in onze gemeente. Samen met Marco Tetteroo, directeur Commercie van de Rabobank Vlietstreek-Zoetermeer, trek ik dit thema van het Platform Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt.

    Op 1 februari vond deze avond plaats in het gemeentehuis in Leidschendam. Zo’n 80 mensen waren aanwezig, waaronder ook diverse lokale ondernemers. Helaas kwamen lang niet alle ondernemers die zich hadden aangemeld naar de avond, naar ik hoop uitsluitend vanwege het slechte winterse weer. Ik hield desondanks een heel goed gevoel over van die avond. Er werden enkele succesvolle voorbeelden gepresenteerd van bedrijven uit de regio die ervaring hebben met het werken met mensen met een arbeidsbeperking.

    Bij de afsluiting heb ik het voornemen gelanceerd om in de eerste helft van dit jaar 25 lokale ondernemers te vinden die een plaatsgenoot met een arbeidsbeperking een kans willen geven op een betaalde arbeidsplek. Gelukkig meldden zich die avond al enkele bedrijven spontaan aan voor een nader gesprek hierover. Als dit initiatief lukt, dan hebben we binnenkort er in onze gemeente een hele hoop ambassadeurs voor het werken met mensen met een arbeidshandicap bij. 

    Met de gemeenten Zoetermeer en Rijswijk en (indirect) met Voorschoten en Wassenaar, zijn wij ook intensief in overleg over de toekomst van onze gezamenlijke Sociale Werkvoorziening DSW Rijswijk en Omstreken. Ook dit SW-bedrijf zal opnieuw gepositioneerd en uitgerust moeten worden voor de vele veranderingen in de sociale wetgeving. Voor 1 mei moet er een aanvraag voorbereid worden voor het herstructureringsfonds van € 400 miljoen dat het Rijk heeft ingesteld voor financiële ondersteuning van de transformatie van SW-bedrijven. Onze gemeente zou aanspraak kunnen maken op bijna € 800.000,00 als deze aanvraag gehonoreerd wordt.

    Met het UWV en in het Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid zijn we druk in gesprek om de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid en de dienstverlening aan werkgevers opnieuw vorm te geven. Ook het landelijke uitvoeringsbedrijf UWV moet enorm bezuinigen de komende jaren. Van meer dan 100 vestigingen wil men naar 30 vestigingen in maximaal 30 arbeidsmarktregio’s.
    Op 31 maart a.s. sluit de vestiging van UWV Werkplein Vliethorst dat in Winkelcentrum Leidsenhage gevestigd is. Om te voorkomen dat onze werkgevers en werkzoekenden afhankelijk worden van de centrale UWV vestiging in Den Haag, proberen wij de dienstverlening zoveel mogelijk vanuit onze eigen uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen in Voorburg te blijven organiseren. Dat vergt veel trek- en duwwerk en veel overleg op regionaal en zelfs landelijk niveau. De vooruitzichten lijken positief, mits we het als gemeente volledig zelf gaan financieren. Dat zal nog een lastige keuze worden!
     

  • Van boksfoto’s naar Goed Begin-gala

    18-01-2012

    Was het de eerste werkweek van januari nog redelijk rustig, vorige week was het toch wel weer alle hens aan dek.

    Zaterdag 7 januari mocht ik een mooie fototentoonstelling openen van een jonge, maar zeer talentrijke fotograaf Marco Peter. Hij woont in Leidschendam. Hij is 3e jaars student aan de Fotovakschool in Rotterdam,  maar heeft al een paar mooie fotoseries gemaakt o.a. over de Scheveningse Haven. De tentoonstelling in de bibliotheek in Voorburg had de boksschool in brede school De Waterlelie in De Prinsenhof in Leidschendam als onderwerp. Prachtige portretten van de jongemannen en –vrouwen die zich hier wekelijks in het zweet boksen. Indringende foto’s ook, close-ups waarop alle butsen en zweetdruppels soms goed te zien zijn. En die tegelijkertijd laten zien hoe van doodgewone jonge mensen ineens prachtige modellen gemaakt kunnen worden. Als je tenminste door zo’n veelbelovende fotograaf als Marco Peter gefotografeerd wordt.

    De zaterdag en zondag ook nog enkele nieuwjaarsbijeenkomsten bezocht, aan het begin van het jaar altijd een mooie traditie. Maandagavond vertegenwoordigde ik samen met Peter van Ostaijen het college bij de nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente Zoetermeer. Deze gemeente heeft daar een bijzonder succesvolle formule voor gevonden . In het Stadstheater treden allerlei amateurs uit de gemeente op met muziek, dans, circusacts etcetera, afgewisseld met korte filmpjes over de Zoetermeerse wijken, gemaakt door wijkbewoners met hulp van de lokale organisatie voor CKV. Deze opzet levert niet alleen een bomvol theater met gewone Zoetermeerders op, want veel familie en vrienden van de optredende artiesten en wijkbewoners die de filmpjes willen zien, maar ook een drukbezochte receptie daarna. Jammer dat Leidschendam-Voorburg niet zo’n prachtig groot theater heeft om ook zoiets te doen.

    Dinsdag weer een lange collegevergadering,, o.a. over de reorganisatie van de ambtelijke organisatie en de selectie van kandidaten voor de post van gemeentesecretaris-algemeen directeur. ’s Avonds een volle Open Raadhuis Avond met presentaties over de musea, een toelichting op de plannen voor een moskee en drie presentaties over de grote decentralisatie-operaties die in voorbereiding zijn: de Wet Werken naar Vermogen, de AWBZ begeleiding en de Jeugdzorg. De presentaties over de decentralisaties zijn zeer professioneel en duidelijk.Er is veel waardering voor bij de aanwezige raadsleden en andere betrokkenen. Ergerlijk is dat het Rijk de gemeenten wat betreft het verstrekken van informatie over de uitwerking van de hoofdlijnen van die drie decentralisaties tot nu toe nogal in de steek laat. Het wetsontwerp Werken naar Vermogen is pas vorige week naar de Tweede Kamer gezonden. De hele parlementaire behandeling moet nog plaatsvinden, terwijl de ingangsdatum al op 1 januari 2013 is. Datzelfde geldt voor de decentralisatie AWBZ die eveneens per 2013 van start gaat, maar waarvan het wetsontwerp ook pas net voor Kerst verscheen.

    De nieuwe sociale wetgeving zal in 2012 een prominente plek in de agenda van college en raad in beslag nemen. In voorbereiding is een Sociale Structuurvisie voor de gemeente. Die gaat het samenhangende kader bieden voor de sociale dienstverlening aan burgers en de wijze waarop allerlei maatschappelijke organisaties in opdracht van de gemeente uitvoering gaan geven aan taken op het gebied van zorg, welzijn en het zoeken naar werk. 

    Woensdag had ik een openbaar optreden in Zwembad De Fluit. Aanleiding vormde de ondertekening van de Gedragscode van het Nationale Platform Zwembaden (NZR). De gedragscode is tot stand gekomen na grove schendingen van de lichamelijke integriteit van een aantal jonge leskinderen door een zweminstructeur in Den Bosch. Zwembaden horen te allen tijde veilig te zijn voor bezoekers en zeker voor kinderen die zweminstructie krijgen. Omdat bij zweminstructie lichamelijk contact tussen instructeur en leerlingen niet altijd vermeden kan worden, is het zaak om hierover hele goede omgangsregels af te spreken: met collega’s én met de ouders van zwemlesleerlingen. Ik heb samen met een vertegenwoordiger van het landelijke Platform Zwembaden de medewerkers van ons zwembad gecomplimenteerd met hun professionaliteit en hoge mate van moreel besef. Medewerkers beloven namelijk door het tekenen van de Gedragscode niet alleen zich zorgvuldig te gedragen, maar ook elkaar te zullen aanspreken bij de toepassing daarvan. Dat is niet niks. Het gaat immers om een beladen thema van lichamelijke intimiteit en ongewenste sexualiteit. Alle medewerkers van het zwembad hebben deze gedragscode ondertekend. Zwembad De Fluit, dat al langer gedragsregels voor bezoekers kende, loopt hiermee echt voorop!

    Donderdagochtend moest ik helaas de eerste paal voor het lang voorbereide project Fluitpolderplein missen. In de middag heb ik een symposium bijgewoond in Utrecht, met drie interessante sprekers over het thema “De Klant aan het Roer van de Sociale Dienstverlening”. Hoe kun je de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning zo inrichten dat inwoners de mogelijkheid tot zelfsturing hebben? En zelf kunnen bepalen hoe en in welke mate zij gebruik maken van de lokale voorzieningen? Een vraagstelling die erg past bij de wens van de gemeente een regie-organisatie te worden, die op prestaties stuurt maar de uitvoering voor een belangrijk deel buiten de gemeente wil laten plaatsvinden.

    Vrijdag de hele dag met het College sollicitatie gesprekken gevoerd met kandidaten voor de functie van Gemeentesecretaris. Wat opviel was dat alle kandidaten zich met veel waardering uitlieten over de staat van onze gemeente en dat niet alleen omdat ze een goede indruk wilden maken. Ze hadden zich terdege vergewist van hoe de gemeente presteerde op de diverse terreinen en hoe de ambities van het bestuur zich verhielden tot de werkelijkheid. Het bevestigt wat ik schreef in mijn weblog van vorige week.

    Vrijdagavond de eerste vrije avond van de week gehad. Samen met mijn echtgenote naar de film Iron Lady geweest. Voor politici immers een “must-see movie”. Een mooie film, met een schitterende rol van Meryl Streep als Margareth Thatcher tijdens haar gloriejaren als Britse premier en als oudere, dementerende Lady Thatcher die haar huis niet meer alleen uit mag. Over de historische betekenis van Margareth Thatcher als eerste en enige vrouwelijke minister-president van Groot-Brittannië wordt naar aanleiding van deze film veel in de media geschreven. Toen zij aan het bewind was in de tachtiger jaren, had ik geen goed woord voor haar over en eigenlijk is dat na het zien van de film niet echt veranderd. Margareth Thatcher is zo’n politicus waarvan men zegt dat je “love to hate them”.

    Haar onophoudelijke pogingen om de linkse oppositie de nek om te draaien, zorgden voor een enorme tweespalt in haar land. Haar zeer conservatief-liberale beleid had veel sociale ellende aan de onderkant van de samenleving tot gevolg. De laatste jaren van haar bewind werd haar ferme rechtse koers zelfs velen in haar eigen partij te veel van het goede, al durfde niemand dat echt tegen haar te zeggen. Iets dat de film mooi laat zien. Dat neemt natuurlijk allemaal niet weg dat Thatcher een bijzondere politicus was die een groot stempel heeft gedrukt op de Britse en Europese politiek in de jaren tachtig. Niet alleen was ze als vrouw sterker was dan alle mannen die haar in binnen- en buitenland omringden, maar ook wist ze zich op eigen kracht vanuit haar middenstandersmilieu in te vechten in de “stiff upper lip” klasse. Voorwaar een prestatie!

    Afgelopen zaterdagavond enkele uren naar het Goed Begin-gala ten behoeve van de nieuwbouw van het Hospice ’t Vliethuys geweest. Er waren vele bekende inwoners uit ons gemeente aanwezig in de Rijswijkse Evenementenhal en ook collega bestuurders uit andere gemeenten. Een mooi hoogtepunt was de koninklijke onderscheiding die Joke Campo ontving van burgemeester Rik Buddenberg van Pijnacker-Nootdorp. Zij is sinds de oprichting één van de belangrijkste drijvende krachten achter het hospice, dat in de afgelopen tien jaar een enorme belangrijke plek in het zorgaanbod in onze gemeente heeft verworven. Zij heeft die onderscheiding zeer verdiend. Ik feliciteer haar daarmee van harte! Ik hoop dat de benefiet avond een prachtige opbrengst heeft opgeleverd.

     


     

  • 10 Jaar Leidschendam-Voorburg

    12-01-2012

    Op 1 januari 2002 ontstond de gemeente Vlietstede. Tenminste, dat was wat iedere inwoner dacht. Die naam Vlietstede was immers tot stand gekomen na suggesties van vele honderden burgers over de naam van de nieuwe gemeente die zou ontstaan na samenvoeging van Voorburg en Leidschendam. Eén dag later kon het resultaat van het interactieve proces met de inwoners reeds in het graf bijgezet worden. Op voorstel van de VVD-fractie koos de nieuwe gemeenteraad voor de 'voorlopige' naam Leidschendam-Voorburg in plaats van Vlietstede. De reeds gedrukte gemeentegids 2002 met daarop de naam Vlietstede geldt sindsdien als een ‘collector's item’.

    Nu, tien jaar later, is er alle aanleiding om stil te staan bij de totstandkoming van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Niet zozeer om terug te kijken, maar vooral naar wat de gemeente op dit moment is en aan haar inwoners te bieden heeft. Te meer omdat ik de laatste tijd een zekere humeurigheid bespeur. Wie de laatste weken de publiciteit in de huis-aan-huis bladen leest, moet wel haast het gevoel krijgen dat de burgers weinig met de fusiegemeente op hebben. Vanuit Voorburgse hoek wordt het gevoel geventileerd dat Voorburgers niets met Leidschendammers hebben, laat staan met Stompwijkers. En omgekeerd. Wie het artikel in Elsevier's Weekblad van medio december leest, moet wel het beeld krijgen dat zich Hoekse en Kabeljauwse twisten tussen de beide kernen van onze gemeente afspelen. De Voorburgers vinden dat alle voorzieningen naar Leidschendam verhuizen; de Leidschendammers hebben het gevoel dat Voorburg in alles overheerst. Afhankelijk van waar je woont, vindt men blijkbaar dat het gemeentebestuur alleen maar oog heeft voor de ene of voor de andere woonkern..

    Nou heb ik ooit op een management cursus geleerd dat 'gevoel' altijd waar is en dat je gevoelens dus serieus moet nemen. Maar zou dat dan betekenen dat het gemeentebestuur in beleidsmatige of uitvoerende zin onderscheid zou maken tussen de kernen Voorburg, Leidschendam en Stompwijk?!? Daar moet ik toch echt mijn eigen gevoel tegenover zetten. En dat niet alleen, ik zal het hieronder ook beargumenteren. Ik durf met de hand op mijn hart te stellen dat in de bijna zes jaar dat ik wethouder ben, nooit is gediscrimineerd – niet in positieve en niet in negatieve zin – tussen de drie woonkernen die onze gemeente telt. Alle drie Colleges die sinds 2002 aan het roer hebben gestaan hebben zich altijd laten leiden door de problemen die opgelost moesten worden, ongeacht of die zich nou in Voorburg, Leidschendam of Stompwijk voordeden.

    Dat wil niet zeggen dat de Colleges en Gemeenteraden geen oog hadden of hebben voor het verschil in identiteit tussen de drie woonkernen, want dat werd én wordt wel degelijk onderkend. Die verschillen in identiteit worden echter vaak groter gemaakt dan ze in werkelijkheid zijn. Toen ik enkele jaren geleden met de binnensportverenigingen sprak over samenwerking en concentratie, bleek dat de ledensamenstelling qua woonplaats reeds zeer gemengd was. Inmiddels zijn verschillende vrijwilligers- en professionele organisaties die vroeger in beide kernen bestonden eveneens samengevoegd, met veel krachtiger organisaties tot gevolg. Leidschendammers en Voorburgers blijken dus uitstekend met elkaar te kunnen samenwerken binnen één organisatie of vereniging, zo blijkt in de praktijk. Hoe zou het ook anders kunnen als 95 procent van de 72.500 inwoners een oppervlakte deelt van nauwelijks 4 kilometer doorsnede?

    Het zal best zo zijn dat een deel van onze inwoners sinds de fusie iets van de 'couleur locale' en de eigenheid van hun vroegere gemeente mist. Maar er zijn volgens mij ook goede argumenten om het tegenovergestelde te voelen. Na zowel een aantal jaren voor de fusie als nu 10 jaar na de fusie betrokken te zijn geweest bij de gemeentelijke politiek, ben ik er van overtuigd dat onze inwoners overwegend veel baat hebben gehad bij de samenvoeging van de voormalige gemeenten Leidschendam en Voorburg. De gemeente scoort vrij hoog in allerlei vergelijkende onderzoeken naar effectieve en efficiënte gemeenten. Of het nou de dienstverlening betreft of de staat van de bedrijfsvoering, de beschikbare voorzieningen, de ondervonden veiligheid en leefbaarheid, de bereikbaarheid met auto, fiets en openbaar vervoer, of de kwaliteit van de woningen en de openbare ruimte en het groen, etcetera. In allerlei enquetes gedurende de afgelopen tien jaar hebben ook de inwoners zelf de gemeente altijd een ruime voldoende gegeven. De verhuisgeneigdheid is klein, mensen willen graag in onze gemeente blijven wonen. De gemeentelijke samenvoeging heeft daar geenszins afbreuk aan gedaan, integendeel. En dit alles terwijl de gemeentelijke lasten voor onze inwoners en bedrijven, zeker regionaal maar ook landelijk, redelijk beperkt zijn gebleven. Zeker afgezet tegen het gemiddelde hoge inkomens- en opleidingsniveau dat onze inwoners kenmerkt of tegen in omvang en samenstelling vergelijkbare gemeenten (zie www.coelo.nl).

    Natuurlijk is een goede gemeente niet altijd het resultaat van de fusie of de verdienste van bestuurders. Het is altijd een wisselwerking tussen bestuurders, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. En de burgers hebben iedere vier jaar gelukkig de kans om hun eigen conclusie over het bestuur te trekken en het laatste oordeel te vellen. Naar mijn oordeel is in onze gemeente de afgelopen jaren sprake geweest van een hoge mate van bestuurlijke stabiliteit. En zijn de opeenvolgende besturen slagvaardig geweest als het ging om het realiseren van nieuwe voorzieningen en noodzakelijke investeringen. Terwijl tegelijkertijd zeer sober en verstandig met de gemeentelijke financiën is omgegaan. In financieel opzicht is onze gemeente zeer gezond en er hoeft door de tijdig getroffen maatregelen ook niet worden gevreesd voor de toekomst. Wie denkt dat dit allemaal vanzelfsprekend is, verwijs ik naar het recente proefschrift van de Bussumse burgemeester Milo Schoenmaker, die onder de titel “Bestuurlijk gedonder” een aantal gemeenten met minder gelukkige bestuurlijke toestanden onder de loep heeft genomen.

    De strategische keuze ruim 10 jaar geleden om Voorburg en Leidschendam samen te voegen is per saldo positief uitgepakt. De 'gevoelde' afstand tussen burgers en politiek door de schaalvergroting is misschien wat groter geworden. Daardoor lijkt er soms minder begrip voor maatregelen die voor de ene woonkern anders uitpakken dan voor de andere. Van een groot probleem is in onze gemeente op dit vlak mijn inziens volstrekt geen sprake. De mogelijkheden om de weg naar de politiek te vinden in onze gemeente waren en zijn nog steeds bijzonder groot. En de lijntjes tussen inwoners en politici zijn als het nodig is zeer kort, wat de verstandhouding zeker ten goede is gekomen. Recente uitlatingen van enkele burgers in de media die anders veronderstellen zijn wat dat betreft echt ten onrechte. En doen de gemeente – inclusief de verschillende woonkernen - meer schade dan zij vermoeden. 

    Natuurlijk kan er nog veel verbeterd worden aan onze gemeente, ook aan de relatie bestuur en burgers. Een ruime voldoende is per slot van rekening nog geen 8, laat staan een 9. Het zou mij echter een lief ding waard zijn als burgers en ondernemers niet alleen de negatieve, maar ook de veel meer aanwezige positieve aspecten benadrukken. En de verbeteringen met elkaar bewerkstelligen. Ik zou derhalve willen bepleiten dat burgers en gemeente met elkaar in gesprek gaan als er iets dwars zit, in plaats van hun gram te spuien in de media en narrig naar elkaar te zijn.

    Burgers mogen van hun bestuurders verwachten dat zij voorkomende problemen op een rationele en efficiënte wijze aanpakken en oplossen. En dat zij de inwoners zoveel mogelijk betrekken bij de gemaakte keuzes en bereid zijn tegenover diezelfde burgers verantwoording af te leggen. Gevoelens van inwoners en woonkernen die zich tekort gedaan voelen, moeten daarbij zeker worden betrokken. Maar bestuurders die zich alleen maar laten leiden door vermeende gevoelens en gekleurde voorkeuren van inwoners, of meer kijken naar het belang van een woonkern dan naar het belang van de gehele gemeente, zijn geen lang leven beschoren. Het zijn de inwoners die dan van een koude kermis thuiskomen, of je nou in Voorburg, in Leidschendam of in Stompwijk woont!

    Ik wens u allen een goed gevoel in 2012!

eerste pagina vorige volgende laatste pagina     (pagina 1 van 13)